“Wanneer Verlating Je Wakker Maakt”
Wat in jou geraakt wordt, is geen zwakte. Het is een poort.
Je bent boos.
Boos op iedereen die je in de steek heeft gelaten.
Boos op de mensen van wie je hield,
van wie je hart nog onvoorwaardelijk verbonden was,
terwijl zij zich al hadden losgemaakt.
Er is een wond die alleen zichtbaar wordt
wanneer je durft te voelen wat verlies werkelijk betekent.
Niet het verlies van contact alleen -
maar het verlies van wederkerigheid.
Van vanzelfsprekendheid.
Van samen.
In mijn werk beweeg ik dagelijks in het landschap van schaduw en deelpersoonlijkheden.
Ik nodig anderen uit hun pijn, hun afgesplitste delen, hun overlevingsstrategieën onder ogen te zien.
En dus heb ik ook zelf te kijken.
Wat is van mij?
Wat is van de ander?
Dat onderscheid is geen luxe - het is verantwoordelijkheid.
Zeker als je een veilige bedding wilt zijn.
En juist daar, in die bedding, ontmoet je je eigen deel:
het deel dat diep geraakt is.
Het deel dat fluistert: ik ben verlaten.
Onder die fluistering ligt verdriet.
Rauw. Stil.
Een kinderlijke pijn van gemis.
En daarboven komt boosheid.
Soms als bescherming.
Een secundaire emotie die voorkomt dat je volledig in het verdriet valt.
Een copingstrategie die zegt: “Voel dit niet helemaal.”
Maar soms is die boosheid zuiver.
Gezond.
Een grens.
Tot hier.
En niet verder.
Want boosheid kan heilig zijn.
Ze markeert waar je integriteit geschonden werd.
Waar je loyaliteit langer bleef dan de wederkerigheid.
Waar je hart trouw bleef, terwijl de ander al weg was.
De afgelopen zeven jaar - en ook de jaren daarvoor - hebben sporen achtergelaten.
Breuken.
Scheuren in vertrouwen.
En toch…
Juist op een moment dat je gelukkig bent met jezelf,
dient die wond zich aan.
Dat is geen toeval, het valt toe.
Wanneer je je eigen beste vriendin of vriend wordt,
wanneer je naast jezelf kunt zitten als het moeilijk is,
wanneer je jezelf raad geeft,
jezelf aanmoedigt om door te zetten,
en fluistert wanneer het tijd is voor stilte.
Deze innerlijke vriendschap is geen zelfvergoding.
Het is volwassen gehechtheid aan jezelf.
Dit gun ik ieder mens:
de ervaring dat er van binnen een veilige plek bestaat.
Een plek waar vrede mogelijk is -
zelfs wanneer oude pijn zich aandient.
De mensen die je hebben verlaten…
misschien kun je hen op een dag dankbaar zijn.
Niet voor de wond,
maar voor de spiegel.
Zij maken zichtbaar wat jouw waarde is.
Wat voor jou echte verbinding betekent.
Wat wederkerigheid vraagt.
En soms maken zij ruimte
voor de mensen die blijven.
De mensen die uitreiken.
Die je vastpakken, ook wanneer je moeilijk toegankelijk bent.
Die je vertrouwen.
En die jij kunt vertrouwen.
Onvoorwaardelijkheid is zeldzaam.
Ik heb haar ontvangen van mijn ouders.
Niet perfect - maar wezenlijk.
Die vorm van liefde wil ik doorgeven aan mijn kinderen - aan ieder.
En misschien wil jij dat ook. Niet alleen met woorden
maar met belichaamde aanwezigheid.
Zoals jezelf geraakt wil worden.
Huid op huid.
Oren die zachte woorden ontvangen.
Ogen die schoonheid zien.
Een hart dat zich herkent in het grotere geheel.
Uiteindelijk is je boosheid geen afscheiding.
Ze is een poort.
Wanneer je haar volledig voelt,
zonder haar te projecteren,
zonder haar te onderdrukken,
wordt ze energie.
Levensenergie.
Grenskracht.
Waarachtigheid.
En onder alles - onder boosheid, onder verdriet, onder verlies -
ligt iets dat niet breekt.
Een stille eenheid.
Het besef dat wij mensen elkaar steeds weer verliezen en terugvinden.
Dat we leren door te hechten en te scheuren.
Dat we volwassen worden door te integreren wat ons pijn deed.
Op een bepaalde leeftijd zijn de jaren vóór je minder dan de jaren achter je.
Hoeveel zomers nog?
Vijfentwintig? Dertig?
Niemand weet het.
Maar misschien weet je dit:
dat je de jaren die je resten wilt vullen met liefde.
Liefde voor jezelf.
Liefde voor je dierbaren.
Liefde die grenzen kent.
Liefde die niet vastklampt.
Liefde die vrij laat.
Vrede in jezelf,
zodat er vrede om je heen kan ontstaan.
Heel worden is geen perfectie.
Het is het omarmen van alles wat in je leeft -
ook de boosheid.
Ook het verlaten deel.
En wanneer je dat deel in jezelf niet meer in de steek laat,
hoef je de wereld niet langer te beschuldigen.
Dan ontstaat er ruimte.
En in die ruimte
herken je jezelf
in de ander.
—-----------------------------
Misschien lees je dit en herken je jezelf.
Misschien voel je hoe jouw eigen verlaten deel nog wacht om gezien te worden.
Als therapeut én mens weet ik hoe complex dat landschap kan zijn. Ik weet hoe dun de lijn soms is tussen beschermen en werkelijk voelen. En ik weet ook dat onder elke verlaten laag een verlangen ligt - naar verbinding, naar veiligheid, naar liefde die blijft.
Je bent daarin niet alleen.
Wat in jou geraakt wordt, is geen zwakte. Het is een poort.
En wanneer je de moed hebt om daar niet van weg te bewegen, maar er zacht bij te blijven, begint heling niet als groot gebaar - maar als thuiskomen.